ECLI:NL:RVS:2024:811
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling door staatssecretaris na ongegrond beroep rechtbank
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 10 januari 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 januari 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State, die het hoger beroep niet ontvankelijk achtte omdat het geen nieuwe rechtsvragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak van 15 november 2023 waarin dezelfde rechtsvraag over de informatieplicht van de staatssecretaris was beantwoord.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zag geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 28 februari 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd.