ECLI:NL:RVS:2024:720
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beperking voorschot huurtoeslag na uitschrijving uit basisregistratie personen
De Belastingdienst/Toeslagen had de voorschotten zorg- en huurtoeslag van appellant voor 2020 beperkt tot januari en februari na een melding van uitschrijving uit de basisregistratie personen (brp). Appellant voerde aan dat hij recht had op een extra maand huurtoeslag vanwege een betaalde waarborgsom en dat de uitschrijving onterecht was.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst terecht van de juistheid van de brp-gegevens mocht uitgaan en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarborgsom als huurbetaling kon gelden. Ook wees de rechtbank een proceskostenvergoeding af.
De Raad van State bevestigt het oordeel over de huurtoeslag en de uitschrijving, verwijzend naar eerdere uitspraken dat de uitschrijving terecht was. Wel vernietigt de Raad het vonnis voor zover de rechtbank geen proceskostenvergoeding toekende, omdat de Belastingdienst het besluit over de zorgtoeslag deels had herroepen wegens een aan haar toe te rekenen onrechtmatigheid.
De Raad veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht voor bezwaar, beroep en hoger beroep. De rest van het vonnis blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de Belastingdienst is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.