ECLI:NL:RVS:2024:663
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vernietiging besluit verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had bij besluit van 28 september 2023 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak stelde de staatssecretaris hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek hield in dat de staatssecretaris niet verplicht zou zijn de uitspraak van de rechtbank uit te voeren totdat op het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat de staatssecretaris op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 ten minste zes maanden de tijd heeft om een nieuw besluit te nemen. Omdat een uitspraak op het hoger beroep voor het verstrijken van deze termijn wordt verwacht en geen andere spoedeisende omstandigheden waren gesteld, was er geen spoedeisend belang voor het treffen van de voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.