ECLI:NL:RVS:2024:661
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 29 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak van 17 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:32), waarin is geoordeeld dat tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet voortijdig kan worden beëindigd, maar aansluit bij de duur van de richtlijn.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en het besluit van 29 augustus 2023. De tijdelijke bescherming eindigt derhalve van rechtswege op 4 maart 2024. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, begroot op € 2.625,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.