ECLI:NL:RVS:2024:608
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Bij besluit van 1 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling per 4 september 2023 eindigt, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 7 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden is en niet door de staatssecretaris kon worden beëindigd op 4 september 2023. De bescherming eindigt van rechtswege op 4 maart 2024, conform de richtlijn.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00 die door de vreemdeling zijn gemaakt voor rechtsbijstand. Hiermee wordt de vreemdeling beschermd tegen voortijdige beëindiging van zijn tijdelijke verblijfsrecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.