ECLI:NL:RVS:2024:604
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 24 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak van 17 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:32) waarin is geoordeeld dat tijdelijke bescherming niet voortijdig kan worden beëindigd indien de vreemdeling zich voor 19 juli 2022 in Nederland heeft ingeschreven en rechtmatig verblijf had in Oekraïne.
Op grond hiervan vernietigt de Afdeling het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. De tijdelijke bescherming loopt derhalve door tot 4 maart 2024, waarna de staatssecretaris zelf moet bepalen hoe dit aan de vreemdeling wordt meegedeeld. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00.
Uitkomst: Het besluit van 24 augustus 2023 tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.