ECLI:NL:RVS:2024:594
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 9 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 13 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming niet per 4 september 2023 kan eindigen, maar krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming doorloopt tot 4 maart 2024. De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Daarnaast werd bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van €1.750,00 aan de vreemdeling moet vergoeden, omdat de bescherming op grond van de richtlijn van rechtswege doorloopt en de staatssecretaris dient te bepalen op welke wijze dit aan de vreemdeling wordt meegedeeld.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.