ECLI:NL:RVS:2024:590
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 23 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 13 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming van derdelanders die rechtmatig verblijf hadden in Oekraïne en zich voor 19 juli 2022 in Nederland hadden ingeschreven, niet per 4 september 2023 mag worden beëindigd. Dit volgt uit de bindende werking van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. De tijdelijke bescherming eindigt derhalve van rechtswege op 4 maart 2024. De staatssecretaris dient de proceskosten van € 2.625,00 te vergoeden die verband houden met de beroepsprocedures.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.