ECLI:NL:RVS:2024:576
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 27 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt per 4 september 2023, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 november 2023 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden is en niet per 4 september 2023 kan worden beëindigd, maar pas van rechtswege op 4 maart 2024 eindigt. Het eerdere besluit van de staatssecretaris is daarom vernietigd. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00.
De uitspraak bevestigt dat de staatssecretaris de beëindiging van de tijdelijke bescherming moet laten aansluiten bij de termijn van de richtlijn en dat de communicatie hierover aan de vreemdeling zorgvuldig moet plaatsvinden.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen wordt vernietigd en de proceskosten worden aan de staatssecretaris opgelegd.