ECLI:NL:RVS:2024:574
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 30 augustus 2023 bepaald dat het recht op bescherming van de vreemdeling op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat volgens een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2024:32) de tijdelijke bescherming die aan derdelanders wordt geboden krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet voortijdig kan worden beëindigd door de staatssecretaris, maar moet aansluiten bij de duur zoals bepaald in de richtlijn. Dit betekent dat het besluit van 30 augustus 2023 onrechtmatig is omdat het de tijdelijke bescherming voortijdig beëindigt.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, en stelde vast dat de tijdelijke bescherming van rechtswege eindigt op 4 maart 2024. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.