ECLI:NL:RVS:2024:556
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 22 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde op 17 januari 2024 dat de tijdelijke bescherming van derdelanders die rechtmatig verblijf hadden in Oekraïne en zich voor 19 juli 2022 in Nederland hebben ingeschreven, niet voortijdig door de staatssecretaris kan worden beëindigd. De bescherming loopt krachtens de richtlijn door tot 4 maart 2024.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 22 augustus 2023. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De tijdelijke bescherming eindigt derhalve van rechtswege op 4 maart 2024, waarna de staatssecretaris de communicatie hierover moet verzorgen.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.