ECLI:NL:RVS:2024:546
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
Bij besluit van 29 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van een vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden is en niet per 4 september 2023 kan worden beëindigd, maar pas van rechtswege op 4 maart 2024 eindigt. Het besluit van de staatssecretaris is daarom vernietigd.
De uitspraak van de rechtbank wordt eveneens vernietigd, het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De staatssecretaris moet tevens bepalen op welke wijze de beëindiging van de tijdelijke bescherming aan de vreemdeling wordt meegedeeld.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de proceskosten worden vergoed.