ECLI:NL:RVS:2024:545
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 31 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 12 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet op 4 september 2023 kan eindigen, maar doorloopt tot 4 maart 2024, conform eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2024:32). De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 31 augustus 2023 en de uitspraak van de rechtbank.
De staatssecretaris wordt bovendien veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Afdeling bepaalt dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen hoe deze verlenging van de tijdelijke bescherming aan de vreemdeling wordt meegedeeld.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.