ECLI:NL:RVS:2024:544
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 24 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde op 12 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming krachtens de EU-richtlijn geboden is en niet voortijdig door de staatssecretaris kan worden beëindigd. De bescherming loopt derhalve door tot 4 maart 2024, de datum waarop de richtlijn van rechtswege eindigt.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Hiermee is de tijdelijke bescherming van de vreemdeling verlengd tot de wettelijke einddatum.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.