ECLI:NL:RVS:2024:543
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 23 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt op 4 september 2023. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 december 2023 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij uitspraak van 17 januari 2024 geoordeeld dat de tijdelijke bescherming die wordt geboden krachtens Richtlijn 2001/55/EG niet op 4 september 2023 kan eindigen, maar doorloopt tot 4 maart 2024. Dit betekent dat het besluit van de staatssecretaris onrechtmatig is.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 23 augustus 2023. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00. De staatssecretaris dient zelf te bepalen hoe hij de vreemdeling informeert over het einde van de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.