ECLI:NL:RVS:2024:5367
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bij omgevingsvergunningprocedure
De zaak betreft een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure over een omgevingsvergunning verleend aan Groendaelstaete I. C.V. Het bezwaar van verzoeker en anderen werd ingediend op 11 oktober 2017 en de procedure duurde uiteindelijk tot 10 juli 2024, wat neerkomt op een overschrijding van 33 maanden.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de procedure chronologisch geanalyseerd, waarbij zij onderscheid maakte tussen de behandeling door het college van burgemeester en wethouders, de rechtbank en de Afdeling zelf. De rechtbank en de Afdeling hebben hun termijnen grotendeels binnen de redelijke termijn behandeld, maar de Afdeling heeft de termijn na het nieuwe besluit van 1 december 2021 met negen maanden overschreden.
De overschrijding wordt daarom voor negen maanden toegerekend aan de Afdeling en voor 24 maanden aan het college. Op basis van een forfaitair bedrag van € 500 per half jaar overschrijding is de totale schadevergoeding vastgesteld op € 3.000, die naar evenredigheid wordt verdeeld tussen het college (€ 2.181,82) en de Staat (€ 818,18).
Daarnaast veroordeelt de Afdeling beide partijen tot vergoeding van de proceskosten, elk voor de helft, met een bedrag van € 218,75 per partij. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 24 december 2024.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag en de Staat worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van in totaal € 3.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.