ECLI:NL:RVS:2024:5363
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- J.J.W.P. van Gastel
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt gelijk in hoger beroep tegen afwijzing verzoek ontheffing meldplicht
De vreemdeling verzocht het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om eenmalige ontheffing van de meldplicht, welke mondeling werd afgewezen en schriftelijk bevestigd. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd door het COa niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep eveneens niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vreemdeling wel degelijk procesbelang heeft, omdat het niet voldoen aan de meldplicht gevolgen kan hebben, zoals een maatregel waarbij leefgeld wordt ingehouden. De Afdeling oordeelde dat de schriftelijke afwijzing van het verzoek een besluit is in de zin van de Awb, omdat het gericht is op rechtsgevolg.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het COa, en bepaalde dat het COa een nieuw besluit moet nemen waarin het gemotiveerd ingaat op het verzoek en het beroep van de vreemdeling, onder meer met betrekking tot artikel 6 van Pro de Grondwet. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het besluit van het COa en de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat het COa een nieuw besluit moet nemen op het bezwaar van de vreemdeling.