ECLI:NL:RVS:2024:5280
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 mei 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 oktober 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 19 december 2024 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht en volgt eerdere jurisprudentie van de Raad van State. De beslissing waarborgt de rechtspositie van de vreemdeling tijdens de procedure en voorkomt onomkeerbare gevolgen voordat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.