ECLI:NL:RVS:2024:527
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing tijdelijke verblijfsvergunning asiel op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 1 september 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een tijdelijke verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de tijdelijke bescherming van derdelanders die rechtmatig in Oekraïne verbleven en zich voor 19 juli 2022 in Nederland hadden ingeschreven, niet per 4 september 2023 kon eindigen. Deze bescherming is gebaseerd op de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, die bepaalt dat de bescherming doorloopt tot 4 maart 2024. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Afdeling bepaalde dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen op welke wijze hij de vreemdeling informeert over het einde van de tijdelijke bescherming.
Uitkomst: Het besluit van 1 september 2023 tot afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.