ECLI:NL:RVS:2024:5262
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslagen na correctie toetsingsinkomen 2020
Appellante ontving in 2020 voorschotten zorg- en huurtoeslag gebaseerd op een geschat inkomen van €16.815,-. Later bleek uit de Basisregistratie Inkomen dat haar verzamelinkomen €25.328,- bedroeg, inclusief een beëindigingsovereenkomst en uitbetaalde PBL- en vakantie-uren. De Belastingdienst stelde de toeslagen definitief vast en vorderde te veel betaalde voorschotten terug.
Appellante voerde aan dat de vergoedingen nabetalingen over 2019 waren en daarom buiten beschouwing moesten blijven bij de inkomensvaststelling voor 2020. De rechtbank oordeelde echter dat de vergoedingen in 2020 opeisbaar en betaald waren, waardoor ze meetelden voor 2020. Ook het beroep op bijzondere omstandigheden om terugvordering te matigen werd verworpen, mede omdat appellante geen financiële gegevens overlegde.
In hoger beroep bevestigde de Raad van State deze oordelen. De vergoeding moest worden toegerekend aan 2020, ook als transitievergoeding. De terugvordering was geen gevolg van bijzondere omstandigheden, en de mogelijkheid tot een betalingsregeling werd benadrukt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van te veel betaalde toeslagen over 2020 bevestigd.