ECLI:NL:RVS:2024:525
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 18 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt per 4 september 2023. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 december 2023 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak van 17 januari 2024 waarin is geoordeeld dat de tijdelijke bescherming van derdelanders die rechtmatig verblijf hadden in Oekraïne en zich voor 19 juli 2022 in Nederland hebben ingeschreven, niet voortijdig kan worden beëindigd. De bescherming moet worden gehandhaafd tot 4 maart 2024, conform de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 18 augustus 2023. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De staatssecretaris dient zelf te bepalen hoe hij de verdere communicatie over het einde van de bescherming aan de vreemdeling zal meedelen.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris dat de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 eindigt wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.