ECLI:NL:RVS:2024:521
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 18 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 zou eindigen.
De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 december 2023 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden is en niet per 4 september 2023 beëindigd kon worden. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit van 18 augustus 2023 vernietigd. De tijdelijke bescherming eindigt van rechtswege op 4 maart 2024. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.750,00.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de proceskosten worden aan de vreemdeling vergoed.