ECLI:NL:RVS:2024:520
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
Bij besluit van 18 augustus 2023 bepaalde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 zou eindigen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 28 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde op 8 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet per 4 september 2023 kan worden beëindigd, maar pas van rechtswege eindigt op 4 maart 2024. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie van de Afdeling van 17 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:32).
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 18 augustus 2023. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 1.750,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris dat het recht op tijdelijke bescherming per 4 september 2023 eindigt, wordt vernietigd en de proceskosten worden aan de staatssecretaris opgelegd.