ECLI:NL:RVS:2024:5195
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot opheffing voorlopige voorziening in grensdetentiezaken vreemdelingen
In deze bestuursrechtelijke zaak hebben vijf vreemdelingen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om opheffing, wijziging of herziening van een voorlopige voorziening die de voortzetting van vrijheidsontnemende maatregelen in grensdetentie toestaat. Deze voorlopige voorziening was eerder door de voorzieningenrechter vastgesteld op 12 december 2024.
De minister van Asiel en Migratie had hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag die betrekking hadden op de vrijheidsontnemende maatregelen. De voorzieningenrechter heeft bij de eerdere uitspraak overwogen dat het grensbewakingsbelang zwaarder weegt dan de belangen van de vreemdelingen om de maatregelen op te heffen.
Na hernieuwd onderzoek en bestudering van de schriftelijke uiteenzettingen van partijen, concludeert de voorzieningenrechter dat de vreemdelingen geen nieuwe belangen hebben gesteld die een opheffing van de voorlopige voorziening rechtvaardigen. De verzoeken tot opheffing, wijziging en herziening worden daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De verzoeken tot opheffing, wijziging en herziening van de voorlopige voorziening worden afgewezen en de vrijheidsontnemende maatregelen blijven gehandhaafd.