ECLI:NL:RVS:2024:518
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 22 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van een vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 8 februari 2024 geoordeeld dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet voortijdig kan worden beëindigd per 4 september 2023, maar doorloopt tot 4 maart 2024. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie van 17 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:32).
De Afdeling vernietigt daarom het besluit van 22 augustus 2023 en de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De staatssecretaris dient de vreemdeling tijdig en op passende wijze te informeren over het einde van de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024.
Deze uitspraak bevestigt dat de bescherming op grond van de EU-richtlijn bindend is en niet voortijdig mag worden beëindigd zonder wettelijke grondslag, waarmee de rechtspositie van vreemdelingen binnen deze regeling wordt versterkt.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.