ECLI:NL:RVS:2024:5109
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen onvoldoende beoordeling stage HBO-ICT Windesheim
Appellant, student HBO-ICT aan Hogeschool Windesheim, kreeg voor zijn stagevak Project Web Development een onvoldoende beoordeling van 3.6 door de examinatoren. Hij liep stage van november 2023 tot januari 2024 bij een bedrijf in Zwolle, waar hij positieve beoordelingen van de bedrijfsmentor ontving. Appellant was het niet eens met de onvoldoende beoordeling en stelde dat deze onzorgvuldig, onvolledig en onrechtvaardig was.
Het College van Beroep voor de Examens (CBE) verklaarde het administratief beroep van appellant ongegrond, stellende dat het niet kan treden in de inhoudelijke beoordeling maar wel toetst op zorgvuldigheid en redelijkheid van het beoordelingsproces. Het CBE oordeelde dat het beoordelingsproces volgens de geldende regels was verlopen en dat het niet geven van tussentijdse feedback voor rekening van appellant kwam.
Appellant voerde aan dat er geen feedback was gegeven, dat de beoordeling inconsistent was, dat de begeleider niet bevoegd was en dat de beoordeling meer op gedrag dan inhoud was gebaseerd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State concludeerde dat appellant deze stellingen niet aannemelijk had gemaakt, dat de examinatoren zorgvuldig hadden gehandeld en dat de beoordeling binnen de regels was tot stand gekomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de onvoldoende beoordeling wordt ongegrond verklaard.