ECLI:NL:RVS:2024:5023
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten niet-ontvankelijkheid asielaanvragen wegens veilig derde land Canada
De minister van Asiel en Migratie verklaarde op 20 augustus 2024 de asielaanvragen van twee Syrische vreemdelingen niet-ontvankelijk, omdat Canada als een veilig derde land werd beschouwd. De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen van de vreemdelingen tegen deze besluiten op 30 september 2024 ongegrond.
De vreemdelingen stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij voerden aan dat zij met aanvullende stukken aannemelijk hebben gemaakt dat hun dochter Canada heeft verlaten om zich elders te vestigen, waardoor zij niet kunnen worden geacht een zodanige band met Canada te hebben dat het redelijk is van hen te verwachten dat zij daarheen terugkeren.
De Raad van State oordeelde dat deze stelling voldoende is om de niet-ontvankelijkheid te weerleggen. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en de besluiten van 20 augustus 2024 vernietigd. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00.
Uitkomst: De besluiten van de minister die de asielaanvragen niet-ontvankelijk verklaarden wegens Canada als veilig derde land zijn vernietigd.