ECLI:NL:RBDHA:2024:17251
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring asielaanvragen wegens veilig derde land Canada
Eisers, Syrische staatsburgers, dienden op 4 augustus 2024 asielaanvragen in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvragen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Canada als veilig derde land wordt beschouwd waar eisers met een geldig multiple entry visum toegang toe hebben.
Eisers voerden aan dat er geen hechte band met Canada bestaat, mede omdat hun dochter, die in Canada woont, geen sterke binding met dat land heeft en spoedig wil vertrekken. De rechtbank oordeelt echter dat het contact met de dochter voldoende is om een band met Canada aan te nemen. Tevens is niet gebleken dat de dochter daadwerkelijk vertrekt of elders vestigt.
Daarnaast betoogden eisers dat de band met hun zoon en kleinkinderen in Nederland zwaarder moet wegen in de redelijkheidstoets, mede op grond van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank stelt dat verweerder deze belangen reeds heeft betrokken en dat een toets aan artikel 8 EVRM Pro bij niet-ontvankelijkverklaring niet vereist is.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en handhaaft de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de asielberoepen ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring wegens veilig derde land Canada.