ECLI:NL:RVS:2024:5021
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel na leeftijdsbeoordeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 29 januari 2024 was ingewilligd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze beslissing op 5 juni 2024 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
In het hoger beroep werd onder meer aangevoerd dat de minister ten onrechte uitging van de juistheid van een leeftijdsregistratie uit een andere lidstaat op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Raad van State verwijst naar een eerdere uitspraak waarin dit principe werd verworpen. Desondanks oordeelt de Raad dat de minister de leeftijdsbeoordeling op juiste wijze heeft uitgevoerd volgens het geldende beoordelingskader en de vreemdeling terecht als meerderjarige is aangemerkt.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 5 december 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.