ECLI:NL:RVS:2024:499
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 23 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de tijdelijke bescherming die de vreemdeling geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 niet eerder kan eindigen dan op 4 maart 2024. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2024:32) waarin is vastgesteld dat de bescherming krachtens de richtlijn wordt geboden en voor de duur daarvan moet worden aangesloten bij de richtlijn.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 23 augustus 2023. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De tijdelijke bescherming eindigt derhalve niet per 4 september 2023, maar loopt door tot 4 maart 2024, waarna de staatssecretaris moet bepalen hoe dit aan de vreemdeling wordt medegedeeld.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.