ECLI:NL:RVS:2024:4971
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning windturbine met ashoogte van 30 meter in Ede
Op 10 december 2022 is aan een partij een omgevingsvergunning van rechtswege verleend voor het plaatsen van een windturbine met een ashoogte van 30 meter op een perceel in Ede. Het perceel valt onder het bestemmingsplan "Agrarisch Buitengebied Ede 2012" en het paraplubestemmingsplan "Parapluplan Buitengebied Ede 2020". De vergunning is verleend op basis van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid uit artikel 3.2.3 van het parapluplan, waarin een maximale bouwhoogte van 30 meter voor windturbines is vastgesteld.
De appellant betwistte de toegepaste meetmethode voor de bouwhoogte, waarbij hij stelde dat de hoogte moet worden gemeten vanaf het peil tot het hoogste punt van het bouwwerk (de tiphoogte van circa 37 meter). Het college en de vergunninghouder stelden dat de hoogte moet worden gemeten tot de as van de wieken, conform de planregels, wat 30 meter bedraagt.
De rechtbank oordeelde dat de meetmethode van het bestemmingsplan, die uitgaat van de hoogte tot de as van de windturbine, correct is toegepast. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het bestemmingsplan een specifiek meetvoorschrift bevat voor windturbines. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor de windturbine met een ashoogte van 30 meter blijft van kracht.