ECLI:NL:RVS:2024:4947
Raad van State
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van staatsraden wegens ontbreken wrakingsgronden
Op 26 november 2024 vond een zitting plaats bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin het verzoek om wraking van de staatsraden Meijer, Van Gastel en Besselink werd behandeld. Verzoeker werd driemaal in de gelegenheid gesteld om de wrakingsgronden te presenteren, maar hij deed dit niet. Tijdens de zitting uitte verzoeker herhaaldelijk zijn onvrede over de gang van zaken, onderbrak hij de voorzitter en gebruikte hij grove taal.
De voorzitter legde uit dat het wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen wegens misbruik van het wrakingsmiddel, omdat geen concrete gronden werden aangedragen. Ondanks herhaalde verzoeken om de gronden te noemen, bleef verzoeker dit nalaten en herhaalde hij zijn klachten en boosheid. Na een korte schorsing werd de zitting hervat, waarna de wrakingskamer het verzoek formeel afwees.
De voorzitter motiveerde de beslissing door te stellen dat verzoeker geen gebruik heeft gemaakt van de geboden kansen om zijn wrakingsgronden te presenteren, ook niet tijdens de schorsing. De zitting werd meerdere malen geschorst vanwege het gedrag van verzoeker. Uiteindelijk werd het verzoek om wraking afgewezen en de zitting gesloten.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de staatsraden wordt afgewezen wegens het ontbreken van wrakingsgronden.