ECLI:NL:RVS:2024:4926

Raad van State

Datum uitspraak
29 november 2024
Publicatiedatum
2 december 2024
Zaaknummer
202407176/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83, derde lid Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen en opvang vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 11 december 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 1 november 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen en opvang op 29 november 2024 te voorkomen.

De voorzieningenrechter stelde vast dat de hogerberoepstermijn nog niet was verstreken en besloot daarom bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening te treffen. Hierdoor blijft de beëindiging van verstrekkingen en opvang op 29 november 2024 achterwege totdat de voorzieningenrechter een definitief oordeel geeft over het resterende verzoek.

Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 29 november 2024 door voorzieningenrechter J.Th. Drop in aanwezigheid van griffier S. Nederhoff.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt getroffen waardoor de beëindiging van verstrekkingen en opvang op 29 november 2024 wordt uitgesteld en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202407176/2/V3.
Datum uitspraak: 29 november 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 1 november 2024 in zaak nr. NL24.280 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 11 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 1 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft op 28 november 2024 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 1 november 2024 en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen en opvang op 29 november 2024 achterwege blijft. Alleen al omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.       De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen en opvang op 29 november 2024 achterwege blijft;
II.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Nederhoff
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 november 2024
918