ECLI:NL:RVS:2024:4897
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep in asielzaak Eritrese vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 juni 2022 de asielaanvraag van een Eritrese vreemdeling af vanwege het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging en het niet aannemelijk maken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde.
De Raad van State oordeelde dat de grieven van de minister gegrond zijn, mede op basis van een gelijktijdige uitspraak in een vergelijkbare zaak, en verwierp het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
De Raad van State bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. Hiermee is het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de asielaanvraag in stand gebleven.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.