ECLI:NL:RVS:2024:4854
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling
Bij besluit van 5 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, welke op 10 september 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overweegt dat het hoger beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 niet mogelijk is, tenzij er sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces.
De aangevoerde overschrijding van de termijnen door de rechtbank en de vermeende onjuiste maatstaf bij de toetsing daarvan vormen geen reden om het verbod op hoger beroep te doorbreken. De Afdeling concludeert dat er geen sprake is van een oneerlijk proces en verklaart zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring.