ECLI:NL:RVS:2024:483
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens permanente bewoning recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen legde aan appellant een last onder dwangsom op wegens permanente bewoning van een recreatiewoning op het recreatiepark ‘t Posterbos, wat in strijd is met het bestemmingsplan. Na het verstrijken van de begunstigingstermijn werd de dwangsom ingevorderd omdat de permanente bewoning niet was beëindigd. Appellant voerde aan dat de bewoning niet permanent was, omdat huurders minder dan zes maanden verbleven en dat hij niet verantwoordelijk was voor inschrijvingen in de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP).
De rechtbank oordeelde dat permanente bewoning betekent dat de woning als hoofdverblijf wordt gebruikt, ongeacht de duur van het verblijf, en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Afdeling dat het college terecht heeft vastgesteld dat de recreatiewoning voor een periode van meer dan zes maanden permanent bewoond was door minimaal één persoon, onderbouwd met BRP-inschrijvingen en toezichtrapporten.
Het betoog van appellant dat hij onjuist geïnformeerd zou zijn over de definitie van permanente bewoning en dat bijzondere omstandigheden tot matiging van de dwangsom zouden moeten leiden, werd verworpen. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom wegens permanente bewoning wordt bevestigd.