ECLI:NL:RVS:2024:4766
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- J.M. Willems
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging generieke toestemming IGJ voor invoer geneesmiddelen wegens strijd met Geneesmiddelenwet
In deze zaak gaat het om het geschil tussen Regenboog Apotheek Bavel B.V. en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) over de rechtmatigheid van besluiten van de IGJ die generieke toestemming verlenen voor het betrekken van geneesmiddelen met dezelfde werkzame stof uit MRA-landen en EU-lidstaten zonder dat voor elke individuele patiënt een artsenverklaring vereist is. De IGJ had deze toestemming verleend en meerdere malen verlengd vanwege een tekort aan bepaalde geneesmiddelen die worden gebruikt bij de behandeling van alcoholisme.
Regenboog Apotheek voert aan dat deze generieke toestemmingsregeling niet is toegestaan op grond van artikel 40, derde lid, aanhef en onder c, van de Geneesmiddelenwet, omdat deze bepaling alleen individuele toestemmingen op basis van een artsenverklaring toestaat. Daarnaast stelt zij dat magistrale bereiding en collegiale doorlevering een adequaat alternatief vormen voor het geneesmiddelentekort.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat artikel 40, derde lid, aanhef en onder c, van de Geneesmiddelenwet geen grondslag biedt voor een generieke toestemming zonder voorafgaand individueel verzoek van een arts. De regeling in artikel 3.17a van de Regeling Geneesmiddelenwet is daarom in strijd met de wet en onverbindend. De besluiten van de IGJ worden vernietigd en de beroepen van Regenboog Apotheek worden gegrond verklaard. De Afdeling herroept ook eerdere besluiten van de IGJ en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten.
Uitkomst: De generieke toestemmingsregeling van de IGJ is in strijd met de Geneesmiddelenwet en de besluiten worden vernietigd.