ECLI:NL:RVS:2024:4708
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing bewaring vreemdeling wegens proceskostenveroordeling
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling bij besluit van 12 september 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft nagelaten de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt vanwege het niet wijzen op het recht om contact op te nemen met hulpverlenende instanties of verwanten tijdens de ophouding. Dit gebrek had geleid moeten hebben tot een proceskostenveroordeling tegen de minister.
De Afdeling vernietigt daarom het bestreden vonnis voor zover het de proceskosten betreft, bevestigt het vonnis voor het overige en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten voor zowel de behandeling van het beroep bij de rechtbank als het hoger beroep, waarbij een lichte wegingsfactor wordt toegepast vanwege de eenvoudige aard van het hoger beroep.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens het niet informeren van de vreemdeling over het recht op contact tijdens ophouding.