ECLI:NL:RVS:2024:464
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 28 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt op 4 september 2023, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden is en niet per 4 september 2023 kan eindigen, maar van rechtswege op 4 maart 2024 eindigt. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling veroordeelde de staatssecretaris tevens tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De verdere aangevoerde grieven behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de proceskosten worden vergoed.