ECLI:NL:RVS:2024:3113
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag toeslagenaffaire
Appellant verzocht in januari 2021 om herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag over de jaren 2014-2016. Bij besluit van 10 augustus 2022 werd hij voor 2016 als gedupeerde van de toeslagenaffaire erkend en een compensatie van €30.000 toegekend. Voor 2014 en 2015 werd hij niet als gedupeerde aangemerkt.
De rechtbank wees in juli 2023 het verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak af, omdat appellant geen procesbelang zou hebben. Appellant stelde dat hij wel belang had, onder meer vanwege mogelijke extra dwangsommen, en dat procedurele fouten waren gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het belang van appellant is komen te vervallen omdat het doel van het verzoek, een besluit op de aanvraag, al was bereikt. Het verzoek om een hogere dwangsom wordt niet als rechtens te respecteren belang gezien. Daarnaast is geen sprake van ontbrekende stukken of onzorgvuldig handelen door de rechtbank.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Belastingdienst/Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens ontbreken van procesbelang.