ECLI:NL:RVS:2024:4588
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister van Asiel en Migratie
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 11 oktober 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, die op 25 oktober 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling nam de motivering van de rechtbank over en oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling bestuursrechtspraak zag ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.