ECLI:NL:RVS:2024:4575
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onttrekkingsvergunningplicht voor short stay verhuur in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde een last onder dwangsom op aan twee mede-eigenaren van een etage in een voormalig kantoorpand, omdat deze de etage verhuurden voor short stay zonder onttrekkingsvergunning, in strijd met de Huisvestingswet 2014 en de Huisvestingsverordening Den Haag 2015-2019.
De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaren gegrond en stelde dat de etage niet onttrokken was aan de woonruimtevoorraad en dat artikel 35 van Pro de Huisvestingsverordening niet van toepassing was op het (middel)dure segment. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de etage naar objectieve maatstaven bestemd is voor permanente bewoning en dus tot de woningvoorraad behoort. Tevens stelt de Afdeling vast dat het college met een nadere notitie voldoende heeft onderbouwd dat de onttrekkingsvergunningplicht ook voor het (middel)dure segment noodzakelijk en geschikt is om onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte te bestrijden.
Daarom vernietigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het college gegrond, terwijl het incidenteel hoger beroep van de eigenaren ongegrond wordt verklaard. De dwangsombesluiten worden gehandhaafd en de beroepen tegen eerdere besluiten worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en de last onder dwangsom en invordering worden gehandhaafd.