ECLI:NL:RVS:2024:454
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 17 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 6 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming krachtens de richtlijn niet per 4 september 2023 kan worden beëindigd, maar doorloopt tot 4 maart 2024. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2024:32) waarin werd vastgesteld dat de bescherming van rechtswege geldt voor de duur van de richtlijn.
De Raad van State vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig zijn toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand door een derde partij. De staatssecretaris dient zelf te bepalen hoe hij de vreemdeling informeert over het einde van de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.