ECLI:NL:RVS:2024:4490
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding waardedaling woning door aardbevingen Groningen
Het Instituut Mijnbouwschade Groningen kende aan appellanten een schadevergoeding toe voor waardedaling van hun woning als gevolg van aardbevingen door gaswinning. Appellanten vorderden een hogere vergoeding van € 56.000,- gebaseerd op het verschil tussen de WOZ-waarde in de huidige staat en een afgebouwde staat, omdat zij de renovatie niet konden afronden door arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat appellanten het causaal verband tussen aardbevingen en de gestelde waardevermindering niet hadden aangetoond en dat de waardedaling door niet afgeronde renovatie losstaat van de aardbevingen. Het Instituut had de fysieke schade reeds meegenomen in de vergoeding.
De Raad van State bevestigt dat de abstracte methode van waardebepaling volgens het model van Atlas toelaatbaar is voor de massale schadeafwikkeling. Het wettelijk bewijsvermoeden geldt alleen voor fysieke schade, niet voor waardedaling door ligging in het risicogebied. De stelling van appellanten dat de regeling onevenredig is, wordt verworpen omdat de niet-afgeronde renovatie een eigen oorzaak van waardedaling is.
Immateriële schade kan niet in deze procedure worden beoordeeld en dient via een aparte regeling te worden aangevraagd. Het bestuursrechtelijke traject is passend; appellanten hadden ook civielrechtelijke procedures kunnen starten tegen NAM. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.