ECLI:NL:RVS:2024:444
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 28 juli 2023 een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 25 augustus 2023 ongegrond verklaarde en tevens het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich op rechtsvragen die reeds in eerdere uitspraken van de Afdeling waren beantwoord, met betrekking tot bijzondere individuele omstandigheden en de behandeling van asielaanvragen in de grensprocedure.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die beantwoording in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming vereisten. Ook zag zij geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU.
Ambtshalve vond de Afdeling geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.