ECLI:NL:RVS:2024:4398
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling onrechtmatig in grensdetentie geplaatst en recht op schadevergoeding
Bij besluit van 30 mei 2024 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vrijheidsontnemende maatregel op aan een Oekraïense vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de minister Oekraïners die een beroep doen op Richtlijn 2001/55/EG niet op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 in grensdetentie mag plaatsen. De grensdetentie was daarom vanaf het begin onrechtmatig.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe van € 500,00 voor de periode van 30 mei tot en met 3 juni 2024. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.625,00. Omdat de maatregel al was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, kent schadevergoeding toe en veroordeelt de minister tot proceskostenvergoeding.