ECLI:NL:RVS:2024:4298
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 februari 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 25 april 2023 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Tevens is een relevante rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling beantwoord, waardoor geen aanleiding is tot een ander oordeel.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.