ECLI:NL:RVS:2024:4248
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitzettingsbesluit vreemdeling na ongegrond beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 4 oktober 2022 aan de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten. De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 22 januari 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen en het hoger beroep is ongegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding om de proceskosten aan de minister te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het uitzettingsbesluit blijft in stand.