ECLI:NL:RVS:2024:420
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 31 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt per 4 september 2023, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling verwijst naar haar eerdere uitspraak van 17 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:32), waarin is geoordeeld dat de tijdelijke bescherming van derdelanders die zich voor 19 juli 2022 in Nederland hebben ingeschreven, niet voortijdig kan worden beëindigd per 4 september 2023. De bescherming loopt door tot 4 maart 2024, conform de richtlijn.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 31 augustus 2023. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00 die de vreemdeling heeft gemaakt voor rechtsbijstand. De staatssecretaris dient zelf te bepalen hoe hij de voortzetting van de bescherming aan de vreemdeling meedeelt.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.