ECLI:NL:RVS:2024:4188
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel Syriër
De vreemdeling, van Syrische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 8 april 2024 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het beleid omtrent teruggekeerde Syriërs, zoals neergelegd in paragraaf C7/33.4.4 van de Vreemdelingenbesluit 2000, een juiste bewijslastverdeling hanteert. De minister had in zijn individuele beoordeling alle relevante feiten betrokken, waaronder de verblijfsduur in Syrië, het aanvragen van een paspoort en het doen van aangifte bij Syrische autoriteiten.
De Afdeling stelde vast dat de minister terecht oordeelde dat de vreemdeling geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Syrië. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de minister zijn beslissing niet deugdelijk had gemotiveerd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard.